Wie Boeddha zegt, die zegt reïncarnatie. Tenminste, dat dacht ik altijd. Ik begreep dat nooit, als de Boeddha zegt dat er niet zoiets als een 'zelf' is, hoe kan er dan sprake zijn van reïncarnatie (opnieuw in het vlees komen)? Dat blijkt ook niet het geval te zijn.
(Buddhadhamma (of Dharma) verwijst naar de leer van de Boeddha, de weg naar verlichting en het begrijpen van de werkelijkheid, met kernprincipes zoals de Vier Edele Waarheden, het Achtvoudige Pad, meditatie en de natuurlijke wetten van het universum, en is een essentieel onderdeel van het boeddhisme dat leidt tot het overwinnen van lijden. )Wedergeboorte staat meer bepaald voor het steeds opnieuw ‘worden’ (P. bhava), i.c. het voortdurende ontstaan en vergaan van het ‘ik’ door onze sankhara’s ( = ‘datgene wat ons bezielt’) van verlangen en van afkeer. Verlangen en afkeer zijn een rechtstreeks gevolg van onze onwetendheid ( = het niet willen, kunnen, durven zien) van de ware aard van de dingen.
Laat dit voor eens en altijd duidelijk zijn: reïncarnatie, herbevlezing, vindt géén énkele grond in de Buddhadhamma.
Degene die dit schrijft -Guy E. Dubois- behoort tot de grootste kenners van het vroeg-boeddhisme in het Nederlandse taalgebied. Hij combineert een virulente vrijzinnige levenshouding met een grote genegenheid voor de diepe inzichten van de Boeddha.