Yours schreef: 26 nov 2024, 11:06
Er is zeker verschil tussen liefhebben in de privé-sfeer en daarbuiten.
De Bijbel geeft aan dat het liefhebben van de naaste een wet is. Een wet die geldt voor elk mens. Het liefhebben van de naaste is een morele wet die is geschreven in het hart van elk mens.
De Bijbel maakt echter óók duidelijk dat geen mens in staat is aan deze scheppingsopdracht te voldoen. Derhalve zondigt ieder mens en is elk mens stervende dood:
- Romeinen 5:12 (NBG1951) „Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben“.
Om deze reden kan de mens (de ander) ook niet liefhebben op de manier zoals God heeft bedoeld:
- Romans 3:10-12 (HSV) „zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt.
Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één“.
To Love or Not-To Love
Ik denk dat er geen verschil is tussen ‘liefhebben’ in de privé-sfeer en daarbuiten. Kijk maar eens wat de Bijbel over de liefde zegt. Daarnaast is liefde alleen maar zichtbaar in wat iemand doet of handelt. Je kunt je liefde voor de ander nooit tonen als je niets doet. Zeggen dat je iemand lief hebt is gebakken lucht als je jouw liefde voor die ander niet in daden omzet:
Een korte opsomming van wat Liefde is volgens 1 Corinthe 13:3-7 (HSV):
1. En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets.
2. De liefde is geduldig,
3. zij is vriendelijk,
4. de liefde is niet jaloers,
5. de liefde pronkt niet,
6. zij doet niet gewichtig,
7. zij handelt niet ongepast,
8. zij zoekt niet haar eigen belang,
9. zij wordt niet verbitterd,
10. zij denkt geen kwaad,
11. zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,
12. maar verheugt zich over de waarheid,
13. zij bedekt alle dingen,
14. zij gelooft alle dingen,
15. zij hoopt alle dingen,
16. zij verdraagt alle dingen.
Dit alle geldt ook voor
naastenliefde.
Dan is de vraag: „
Wie is ‘mijn’ naaste?“.
Ik geef als antwoord: „
Ieder mens die ik ‘onderweg’ tegenkom“ oftewel: „
Ieder mens die God op mijn weg brengt“.